|
Als je bij Scuba Libre komt duiken, dan helpen we je graag verder om veilig het onderwaterleven te ontdekken. Scuba Libre is aangesloten bij de Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB), welke internationaal erkend wordt met de behaalde brevetten. Voorts is de NOB de enige Nederlandse bond die is aangesloten bij de overkoepelende wereld organisatie CMAS (Conféderation Mondiale des Activés Subaquatiques).
Bij Scuba Libre kun je een opleiding tot duiker met drie "sterren" volgen. De cursussen zijn modulair van opzet, wat inhoudt dat iedereen in zijn of haar eigen tempo een cursus kan volgen. Als de juiste modulen zijn behaald ontvangt de cursist een 1- , 2,- en of 3 stersbrevet. De cursussen bestaan uit theorielessen, trainingen in het zwembad en in het "buitenwater".
Zeer veel aandacht wordt besteed aan de veiligheid en vaardigheden.
De Brevetten
Persluchtduiker en 1- Steropleiding.
Deze opleiding bestaat uit drie delen: het zwembad- of binnenwatergedeelte, het theoriegedeelte en het buitenwater gedeelte.
Het zwembadgedeelte
Tot en met maart wordt er elke woensdag van 22.00 tot 23.00 uur getraind in het zwembad. Er wordt gewerkt aan zowel de techniek als de conditie. De techniektraining gebeurt in groepjes van hooguit vier mensen, met een instructeur en zonodig een trainer. Gedurende dit opleidingsdeel worden toetsen afgenomen.
Het theoriegedeelte
In dezelfde periode (t/m maart) worden gedurende 4 - 6 avonden de theoretische aspecten van de duiksport belicht, omder leiding van een docent (vaak een specialist op een behaald gebied). Er wordt aandacht geschonken aan zaken als: natuurkundige verschijnselen, werking van de apparatuur, medische zaken en duiktechniek. Gedurende de theorie-opleiding vindt een aantal toetsen plaats.
Het buitenwatergedeelte
Nadat de noodzakelijke toetsen met goed gevolg zijn afgelegd, begint rond de eerste week van april het oefenduiken in het buitenwater. Er worden respectievelijk 3 en 5 brevetduiken georganiseerd. (daarnaast kan er altijd op eigen gelegenheid met minimaal een 2-sterduiker worden geoefend).Ook bij de oefenduiken zal weer een aantal toetsen worden afgenomen. Zijn alle toetsen met succes afgelegd dan mag men zich 1- sterduiker noemen.
Met een persluchtduiker of 1-stersbrevet heb je de basistechnieken van het duiken redelijk onder de knie. Je mag beperkt zelfstandig duiken, dat wil zeggen: alleen met een 2-stersduiker (of hoger gebrevetteerde) en niet dieper dan 10 meter.
De 2-stersopleiding
Dit programma lijkt in grote lijnen op dat van de 1-stersopleiding, op 2 verschillen na: er vinden geen binnenwatertoetsen plaats en de aspirant 2-stersduiker organiseert zelf het behalen van het benodigde aantal duiken
Een 2-stersduiker beheerst de basistechnieken uitstekend. Hij kan dan ook zelfstandig duiken met andere gebrevetteerde.
De 3-stersopleiding
Voordat met deze opleiding kan worden begonnen moet de aspirant eerst 40 duiken als 2-stersduiker hebben gemaakt. Iedereen doet dit in zijn eigen tempo en daarom is het moeilijk aan te geven zo'n opleiding voor de volgende groep precies begint.
De 3-stersduiker is een all-round ervaren sportduiker.
Modulair systeem
Zoals reeds eerder gemeld zijn de opleidingen modulair van opzet; de eerdergenoemde toetsen heten de ook officieel "modulen". Een en ander houdt in dat je ee mislukte module opnieuw kunt doen en niet tot het volgende opleidingsjaar hoeft te wachten.Soms wordt er tevoren aangekondigd dat een module wordt afgenomen, soms ook niet.
Vervoer
De duikuitrusting voor het buitenwater weegt ongeveer 30 a 40 kg. Voor het vervoer is de beschikking over een auto onontbeerlijk. Tijdens de opleiding zal regelmatig met persluchtapparatuur moeten worden geoefend. Zo'n fles weegt ca. 15 kilo; ook hiervoor moet men over eigen vervoer kunnen beschikken (met de fiets lukt het echt niet).
De 1*-duiker wordt opgeleid om zelfstandig met minimaal een gelijkgebrevetteerde duiken te kunnen maken tot een diepte van 20 meter onder gelijke of lichtere omstandigheden dan waarin hij is opgeleid, mits hij te allen tijde binnen de nultijden blijft.
Om deel te nemen aan de opleiding tot 1*-duiker moet hij:
- lid zijn van de NOB; - minimaal 14 jaar zijn.
Voordat het 1*-duikbrevet kan worden aangevraagd, moet hij minimaal vijf oefenduiken hebben gemaakt. De duiken die hij maakt in het kader van zijn opleiding tellen hiervoor mee.
De 1*-duiker wordt in de Engelse benaming aangeduid als Open Water Diver. Dit is een internationaal bekende benaming, waarvan de bevoegdheden aansluiten bij wat de NOB-1*-duiker in zijn opleiding heeft geleerd.
De 1*-duiker kan zich verder in de duiksport verdiepen door het volgen van de 2*-duikopleiding óf door het volgen van specialisaties (Droogpakduiken, Onderwaterbiologie, Basis Nitrox, Basis Onderwaterfotografie en Onderwateroriëntatie).
De nieuwe opleiding gaat uit van elf lessen: zes lessen in het zwembad en vijf of meer in het buitenwater. Dit is vanzelfsprekend slechts een richtlijn; soms zal het sneller kunnen, soms zullen meer lessen nodig zijn, dat hangt af van hoe snel de cursist het oppikt.Het doel is mensen op te leiden om samen met een buddy van gelijkwaardig niveau te kunnen duiken. En dat dan onder omstandigheden die beide duikers vanuit hun opleiding kennen. Alle vereiste duiktechnieken beheersen zij immers.Onder begeleiding van een instructeur kunnen zij kennis maken met nieuwe omstandigheden.Gedurende de opleiding wordt er een veelheid aan duiktechnieken stapsgewijs aangeleerd: eerst in het zwembad en daarna in het buitenwater. De instructeur ligt ook in het water en demonstreert alle duiktechnieken alvorens ze door cursisten te laten uitvoeren. Hiervoor is een film in ontwikkeling die al voor 75% klaar is.De eerste lessen bevatten vooral nieuwe stof, daarna wordt dat steeds minder, waardoor er ruimte komt voor herhaling.Om het concreet te maken beschrijven we hier de essenties per les.
Les 1 De eerste les staat in het teken van introductie van het duiken met perslucht. Onderwerpen zijn het gebruik van vinnen, duikbril en snorkel, kennismaking met de buddycheck, de eerste handsignalen, het klaren van de automaat, het terugvinden van de automaat, het leegmaken van de duikbril en het waterverlaten; alles zo mogelijk samen en gecoördineerd met de buddy.
Les 2 In de tweede les leren de cursisten zelf de duikset op te bouwen en de eigen materiaalcheck en de buddycheck uit te voeren. Daarnaast komen technieken als basistrim, (samen) gecontroleerd afdalen, trimmen en lucht delen aan bod. Een belangrijke verandering bij het lucht delen is de introductie van de octopus als eerste assistentie-vaardigheid. Het buddy-breathing kan desgewenst als alternatief worden aangeleerd, maar niet in deze beginfase.N.B.: ook nu al kan het gebruik van de octopus in de lessen worden opgenomen. Handreikingen daarvoor vind je via
Les 3 Naast herhaling van de eerder aangeleerde technieken wordt in de derde les kennis gemaakt met ademen uit een blazende automaat, de reddings- en de gecontroleerde opstijging.
Les 4 Nieuwe technieken zijn nu de rol achterover, zwemmend lucht delen en zelfhulp en assistentie bij kramp. En er is ruimte voor de instructeur om te laten herhalen.
Les 5 Hier opnieuw lucht delen, maar dan tijdens de opstijging. En het wisselen tussen snorkel en automaat.
Les 6 De laatste les in het zwembad staat vooral in het teken van het trimmen "op de lijn�?: een gekozen hoogte in het diepe van het zwembad en het af en aandoen van de persluchtset.
Les 7 We zitten nu in het buitenwater. Er wordt eerst gezwommen in het duikpak: een afstand van 50 meter met daarna vijf minuten overlevingszwemmen resp. drijven. Doel is eigenlijk vooral: kennismaking met je duikpak. Daarna de duikset opbouwen, eigen materiaalcheck en buddycheck, weer de basistrim en handsignalen en een eerste duik langs de bodem. Met als voornaamste doelstelling de kennismaking met het buitenwater, dingen ontdekken en de eerste voorns / bliekjes / snoeken of kreeften in het logboek noteren.Ook in het buitenwater wordt van meet af aan sterk de nadruk gelegd op buddy-coördinatie en buddy-"awareness�?.
Les 8 In les 8 komen opnieuw de eigen materiaalcheck en de buddycheck aan de orde met daarna een duik tussen 6 en 8 meter diepte. Daar wordt het klaren en terugvinden van de automaat geoefend, alsook het luchtdelen (op de plaats). Vervolgens weer de eerste trimoefeningen in het buitenwater.
Les 9 In deze les staan het gecontroleerd afdalen en opstijgen centraal.
Les 10 Het wordt tijd om kennis te maken met het gebruik van het kompas. En vervolgens weer lucht delen, maar dan tijdens de opstijging, en het oefenen van de reddingsopstijging.
Les 11 Hier wordt nog eens het wisselen tussen snorkelen en automaat geoefend, waarbij er veel tijd over blijft voor herhaling.Zoals je ziet wordt in de opleiding meteen overgegaan tot de orde van de dag: als buddy's samen duiken met perslucht. De snorkelelementen zijn dan ook vrijwel geheel uit de basisopleiding verdwenen. Het aanleren van snorkelen als eerste vaardigheid blijkt voor veel cursisten zeer demotiverend te zijn: daar komen ze niet voor. Gebleken is echter dat zij hier wel voor te porren zijn, nadat ze hun eerste perslucht ervaringen in het buitenwater hebben gehad. Wat blijft is het inspelen op het leertempo van de cursisten. Het lesplan is dan ook "slechts�? een leidraad; het zijn de individuele cursisten die het tempo bepalen. Herhaling vormt de basis: niet nieuw, maar wel belangrijk.
En vanaf het begin - de eerste les - wordt stapsgewijs gewerkt met het buddysysteem; bij alles wat de cursisten aan de waterkant en in het water doen, leren ze coördineren met en anticiperen op de buddy. In september wordt begonnen met het opstellen van de theorielesplannen. Maar als ik een beetje uit de school mag klappen, zal er meer worden uitgegaan van onderwerpen waarin zowel de techniek, materialen, de natuurkundige en de medische achtergrond bij elkaar worden gebracht. De theorie beschrijft zo concreet mogelijk wat je in het water meemaakt en hoe je natuurkundige principes gebruikt. Neem als voorbeeld het onderwerp "oren klaren�?. Hier kun je beginnen met eenieders ervaring van druk en soms pijn op de oren en de verklaring waardoor dat ontstaat. Hier kun je de relatie tussen druk en diepte verder uitleggen. Je kunt daarbij - eenvoudig - de anatomie van het oor laten zien en vervolgens ook de oplossing van het klaren demonstreren en laten ervaren. Waarmee ook de functie van de neus in de duikbril verklaard is. En dit alles zonder de Wet van Boyle ook maar te noemen... Op deze manier ga je achtereenvolgens langs de natuurkunde, het medische deel, duiktechniek en het materiaal. En zo zitten er veel onderwerpen in de theorie.Je merkt dat we proberen om ons uitsluitend op het te bereiken resultaat te richten. Om praktisch te duiken is er weinig noodzaak om allerlei natuurkundige formules uit het hoofd te kennen en daar onder water mee te kunnen rekenen. Daarom is er ook geen noodzaak meer om aparte modules per onderwerp in de opleiding te integreren.
De 2*-duiker doet in zijn opleiding ervaring op met het plannen en veilig uitvoeren van duiken onder diverse omstandigheden. Hierbij kun je denken aan getijdenwaterduiken, nachtduiken en duiken naar dieptes groter dan 20 meter.
Er wordt bovendien aandacht besteed aan de meest voorkomende aandoeningen: hoe herken je ze en hoe moet je erop reageren?
De 2*-duiker duikt binnen de nultijden.
Voordat het 2*-duikbrevet kan worden aangevraagd, moet de cursist in totaal minimaal 15 duiken hebben gemaakt. De duiken uit zijn vorige opleiding tellen hierbij mee, evenals de duiken die hij maakt in het kader van de opleiding.
Om deel te kunnen nemen aan de opleiding tot 2*-duiker moet hij:
- lid zijn van de NOB; - minimaal 15 jaar zijn; - beschikken over het 1*-duikbrevet of een gelijkwaardig ander brevet.
De 2*-duiker wordt in de Engelse benaming aangeduid als Advanced Open Water Diver. Dit is een internationaal bekende benaming, waarvan de bevoegdheden aansluiten bij wat de NOB-2*-duiker in zijn opleiding heeft geleerd.
Een 2*-duiker kan verdergaan met de 3*-duikopleiding. Hij kan er ook voor kiezen om zich te verdiepen in specialisaties (IJsduiken, Wrakduiken, Zoeken en Bergen, Objectkartering, Driftduiken en Onderwaterfotografie).
De nieuwe 2*-duikopleiding gaat uit van ongeveer zes theorielessen, twee zwembadlessen en tien buitenwaterlessen. Dit is vanzelfsprekend een richtlijn, afhankelijk van hoe snel de cursist het oppikt zullen er soms meer lessen nodig zijn. Het doel is om duikers met een basis duikbrevet op te leiden en ervaring te laten opdoen in verschillende facetten van het sportduiken. Onder begeleiding van een instructeur kunnen zij kennis maken met nieuwe omstandigheden. Gedurende de opleiding worden er een aantal duiken in het zwembad en buitenwater gemaakt. Om het concreet te maken beschrijven we hier de essenties per hoofdstuk.
Hoofdstuk 1 Het eerste hoofdstuk staat in het teken van nachtduiken in Nederland en buitenland. Onderwerpen zijn: waarom en wanneer maak je een nachtduik, waaraan moeten je denken bij de voorbereiding van een nachtduik en welke materialen heb je nodig voor een nachtduik. De cursist maakt minimaal twee nachtduiken in het buitenwater.
Hoofdstuk 2 In dit hoofdstuk leert de cursist hoe er veilig een duik in getijdenwater gemaakt kan worden. Verder leert de cursist waardoor de getijdenbeweging van eb en vloed ontstaat, wat er bedoeld wordt met evenwichtsgetij en astronomisch getij, waarom de verschillen tussen eb en vloed niet overal op aarde gelijk zijn en hoe je een stil-waterduik plant in de periode tussen eb en vloed. De cursist maakt minimaal twee getijdenduiken in het buitenwater.
Hoofdstuk 3 In de 1*-duikopleiding heeft de cursist geleerd om tijdens een duik op zichzelf en een buddy te letten. In de 2*-duikopleiding wordt deze ervaring uitgebouwd en leert de cursist ook basale reddingshandelingen toe te passen. De cursist leert onder andere over: waarom de sinussen onder water pijn kunnen doen, hoe de longen en de bloedsomloop zuurstof naar onze organen transporteert, hoe stress en paniek ontstaat en hoe je moet reageren als je buddy in paniek raakt, wat verdrinking en ‘second drowning' is en wat een ongevalmelding inhoud. De cursist volgt twee zwembadlessen en maakt twee duiken in het buitenwater.
Hoofdstuk 4 In het 4e hoofdstuk wordt diep duiken behandeld; waarom zou je een duik dieper dan 20 meter willen maken?, weet je welke duikapparatuur aangepast moet worden om veilig een diepere duik te maken, weet je wat stikstofnarcose is en wat daarvan de risico's zijn en kun je invulling geven aan de gouden regel: Plan je duik, duik je plan. De cursist maakt minimaal twee duiken dieper dan 20 meter in het buitenwater.
Hoofdstuk 5 Het leven onder water staat centraal in dit hoofdstuk. Niet alleen de veel voorkomende soorten vissen, maar ook de kleinere plantjes en visjes die de cursist alleen ziet als er beter wordt gekeken. De cursist leert wat een ecosysteem is en op welke manier de grootte van een water, de diepte en helderheid bepalend zijn voor het soort leven dat zich er vestigt. Ook leert de cursist wat een voedselketen is, de ontwikkeling van leven op de kunstriffen in Zeeland, wat koraal is en de bedreigingen van koraal zijn, hoe je kunt voorkomen dat het leven onder water beschadigd raakt, waarom het leven onder water zo verschilt in zoet water ten opzichte van zout water en wat voor verdedigingsmechanismen er onder water zijn. De cursist maakt minimaal twee duiken in buitenwater waarin voldoende gevarieerd leven onder water voorkomt.
Tijdens de 2*-duikopleiding worden er twee duiken in het buitenwater gemaakt waarbij de cursist leert omgaan met (natuurlijke) navigatie onder water. De instructeur voorziet de cursist van voldoende aanwijzingen om deze duiken met succes te kunnen maken. De aanwijzingen worden net als bovenstaande hoofdstukken beschreven in de lesplannen op de instructeurhandleiding.
Om als 2*-duiker gebrevetteerd te worden moet de cursist in totaal 15 duiken in het logboek hebben staan. De duiken uit zijn opleidingen tellen hiervoor mee.
Je duikt nu alweer een tijdje en je merkt dat het je steeds meer gaat boeien. De 3*-duikopleiding is een leergang van verdieping: in deze opleiding worden de puntjes op de i gezet en de achtergronden van wat je tot nu toe als vaste gegevens hebt aangenomen verduidelijkt. Je wordt opgeleid als ‘begeleidend duiker'. Je leert in het onderdeel Redden hoe je moet reageren bij een duikongeval. Ook leer je hoe je duikers in opleiding kan begeleiden door duiktechnieken met hen te oefenen. Tenslotte worden je recente inzichten in de decompressietheorie aangeboden. Ook de 3*-duiker duikt binnen de nultijden. Voordat het 3*-duikbrevet kan worden aangevraagd, moet je in totaal minimaal 60 duiken hebben gemaakt. De duiken uit je vorige opleidingen tellen hierbij mee, evenals de duiken die je maakt in het kader van je opleiding.
Om deel te kunnen nemen aan de opleiding tot 3*-duiker moet je: - lid zijn van de NOB; - minimaal 18 jaar zijn; - beschikken over een geldige medische goedkeuring voor het beoefenen van de duiksport; - beschikken over het 2*-duikbrevet of een gelijkwaardig ander brevet.
De 3*-duiker wordt in de Engelse benaming aangeduid als Dive Master. Dit is een internationaal bekende benaming, waarvan de bevoegdheden aansluiten bij wat de NOB-3*-duiker in zijn oleiding heeft geleerd.
Als 3*-duiker sta je voor de keuze of je je verder gaat specialiseren in het duiken óf dat je kiest voor de instructiekant: de opleiding tot 1*-instructeur. Je kunt het natuurlijk ook allebei doen. De 3*-duiker kan kiezen uit alle specialisaties, inclusief Decompressieduiken en Nitrox Gevorderd.
De 3*-duiker en decompressieduiken Als 3*-duiker leer je veel over decompressie. Zo weet je straks precies hoe het zit met de effecten van herhalingsduiken, jojoën, te weinig water drinken enzovoort. Met die wetenschap kun je je eigen duikveiligheid nog verder vergroten. Mocht je dan eens onverwacht in deco raken, dan heb je voldoende kennis en vaardigheden om weer veilig boven te komen. Wil je als 3*-duiker echt geplande decoduiken gaan maken, dan bereidt de specialisatie Decompressieduiken je daarop voor. In deze specialisatie ga je die decoduiken namelijk ook echt maken; en er wordt geoefend met het gebruik van de decoboei en met het maken van luchtberekeningen. En dat laatste is bepaald geen overbodige luxe: elk jaar weer blijkt uit de ongevallenregistratie dat het goed kunnen maken van luchtberekeningen van essentieel belang is. Veel duikongevallen - met name decompressieongevallen - zijn het gevolg van een tekort aan lucht! Want je kunt natuurlijk wel mooi uitrekenen waar en hoe lang je je stops moet maken, als je geen lucht meer hebt, zul je toch naar boven moeten.
Dive Master; 3*-duiker aan de leiding Als 3*-duiker kun je alle kanten op; een van de dingen die je leert is het begeleiden van duikers. Begeleiden van gebrevetteerde duikers tijdens een clubduik, maar ook oefenen met duikers die in opleiding zijn voor hun volgende brevet.
Als je als 3*-duiker een duiker in opleiding begeleidt, gelden de volgende regels: - je leert geen nieuwe vaardigheden aan; dat is voorbehouden aan instructeurs; - je oefent vaardigheden die de duiker in opleiding al eens met zijn instructeur heeft gedaan; - je voert je oefeningen altijd uit in overleg met de instructeur / hoofdtrainer; - je mag geen vaardigheden oefenen met duikers die in opleiding zijn voor het 1*-duikbrevet: duikers die nog niet over een brevet beschikken, moeten altijd worden begeleid door een instructeur. Er is één uitzondering op deze regel. Als 3*-duiker mag je een 1*-duiker-in-opleiding in buitenwater begeleiden tijdens een 'funduik', of in plat Nederlands, simpel onder water rondzwemmen voor het plezier en het opdoen van ervaring.
De eisen met betrekking tot brevettering en begeleiding hangen dus af van het soort duik. We onderscheiden drie soorten: 1. de opleidingsduik: hierin wordt een nieuwe vaardigheid aangeleerd. Dit gebeurt altijd door de instructeur. 2. de georganiseerde (club)duik: hieraan nemen alleen duikers mee die beschikken over de vereiste brevet(ten) en ervaring. De 3*-duiker heeft hier de rol van coördinator. 3. de begeleide duik: tijdens een begeleide duik kan een 3*-duiker een duiker in opleiding begeleiden die nog niet over het juiste brevet beschikt, maar al wel over tenminste eenmaal ervaring (met zijn instructeur). De 3*-duiker is hier begeleider en leidend duiker.
|